Lezen is reizen, reizen is leven
Drie boeken die mij bijzonder geboeid hebben, zijn:
Voltaire, Candide of het optimisme,
Japin, De zwarte met het witte hart,
Marquez, Honderd jaar eenzaamheid.
Je kunt het leven als een grote reis zien, met of zonder doel, maar altijd vol onverwachte wendingen. Dit thema komt in elk van deze drie boeken terug door middel van fantastische vertellingen, maar ook door middel van filosofische beschouwingen over zin en onzin van het leven, over het verschil en de overeenkomst tussen volkeren en culturen, over barbarisme en zelfopoffering. Voor mij zijn deze boeken ook levendig omdat ze gaan over landen, volkeren en situaties die zo herkenbaar zijn. De schrijvers schromen niet om normen- en waardenpatronen aan de kaak te stellen waardoor je wel gedwongen wordt je eigen situatie en leven te relativeren.
Het proto-reisverhaal is natuurlijk de Odyssee van Homerus, maar daar is al zo veel over geschreven, dat ik dat achterwege laat. Een recente, geslaagde poging om de Odyssee te duiden, is van de filosoof Jabik Veenbaas: Odysseus’ onvoltooide reis.
Candide
Candide groeide zonder duidelijke afkomst op in een kasteel in Westfalen. De huisdocent Pangloss onderwees iedereen dat het leven op het kasteel het best mogelijke van alle werelden was, dat er geen oorzaak is zonder gevolg en dat de mens een vrije wil heeft. Toen Candide betrapt werd bij het kussen van Cunegonda, de dochter van de baron, werd hij het kasteel uitgeschopt en begon een lange reis. Weldra kwam hij Pangloss weer tegen, die eveneens het kasteel was uitgejaagd. Vanuit zijn rationele optimisme zag hij de noodzaak daarvan in door op te merken dat “de individuele tegenspoeden het algemeen welzijn vormen, zodat hoe meer individuele ongelukken er zijn, hoe beter alles is”.
Samen trokken Candide en Pangloss verder, overleefden zij schipbreuken, slavernij en de grote aardbeving van Lissabon. In Lissabon vond hij Cunegonda terug. Zij vluchtten naar America, waar hij Cunegonda moest afstaan aan de gouverneur van Argentinië. Met Pangloss kwam Candide bij een onbedorven volk waar zij een paradijselijk leven leidden. Toen zij meenden verder te moeten trekken, werden zij met schatten beladen en bereikten zij Suriname. Hier werden zij belazerd door een Hollandse koopman die zich al hun schatten toeeigende. Candide definieerde hier het optimisme als de waanzin vol te houden dat alles goed gaat als alles verkeerd gaat. Samen met een arme geleerde, die Martijn heette, gingen zij scheep richting Europa. Martijn zegt zo veel zonderlinge dingen te hebben gezien dat hij niets meer buitengewoon vindt. Op zee zagen ze dat het schip van de Hollandse koopman door zeerovers was overmeesterd en alle passagiers verdronken werden.
Uiteindelijk bereikte Candide Europa, werd opnieuw afgeperst in Frankrijk, Engeland en Venetië, maar vond tenslotte Cunegonda en zelfs de baron terug aan de Turkse kust. Iedereen was zeer gehavend. Hier bleven zij wonen op een boerderij aan de Bosporus. In discussies probeerden zij allemaal te zoeken naar de zin van hun ellendige belevenissen. Martijn was van oordeel dat de mens is geboren om te leven in de stuiptrekkingen van de onrust of in de doodsslaap van de verveling. Candide deelde deze mening niet.
Aan het einde van het boek ontmoeten zij een goedaardige vreemdeling. Deze zegt nooit te vragen naar wat er in de hoofdstad gebeurt, maar er alleen de vruchten van zijn tuin heen te sturen. Hij zegt: “Ik bebouw die met mijn kinderen; arbeid drijft verre van ons de drie grootste plagen: verveling, verdorvenheid en armoede.”
Candide, Pangloss en de anderen beaamden dit van harte, maar Pangloss kon het niet nalaten nog eens te zeggen dat als ze alles niet meegemaakt zouden hebben zoals het gebeurd was, ze nu niet zo gelukkig in hun tuin aan de Bosporus zouden hebben geleefd.
De zwarte met het witte hart
Het thema dat alles gebeurt zoals het gebeurt vormt ook de rode draad in deze historische roman van Japin. Het thema laat zich vangen in een liedje over de spin Anansi: Kinderen van de spin Anansi zijn wij En de wijde wereld is ons web Liefde, lust of lot Brengt ons naar de verste punten Waarheen we in dat wereldweb ook gaan Overal zijn er draden om te grijpen En draden om los te laten
Het thema dat alles gebeurt zoals het gebeurt is trouwens ook het Leitmotiv van ‘De honderdjarige die uit het raam klom en verdween’ van de Zweedse schrijver Jonas Jonasson, een boek vol droge humor met een eigen kijk op de wereldgeschiedenis van de twintigste eeuw.
De zoon van de koning van de Ashanti (een volk in het binnenland van West-Afrika) en zijn neefje, Aquasi en Aquame, worden op jongensleeftijd als onderpand voor een groot slavencontract naar Nederland meegenomen, waar ze in Delft een opleiding volgen en nauwe banden met het Hof van de Oranjes hebben. Het zijn intelligente jongens, maar zij worden weggehouden van verantwoordelijke functies. De neef Aquame heeft veel heimwee naar zijn vaderland in Afrika en kwijnt helemaal weg als hij uiteindelijk terugkomt in Afrika, maar in een Hollandse handelspost aan de kust jarenlang moet wachten op toestemming om terug te mogen keren naar zijn vaderland, omdat hij zijn moedertaal niet meer machtig is. Uiteindelijk pleegt hij zelfmoord.
De koningszoon Aquasi haalt zijn diploma van mijnbouwkundig ingenieur, past zich aan aan de Hollandse gewoonten, maar krijgt geen goede functies. Er ontstaat een vertrouwensband en genegenheid tussen hem en prinses Sophie, maar het mag niet tot een relatie komen. Bij een ontmoeting met kroonprinses Anna Paulowna gaf deze Russische een schets van Nederland: “Grijze lucht en platte polders, wind water en spierpijn zijn geen zaken die een mens de geneugten van zijn vaderland doen vergeten.” De twee jongens voegden daar later naar aanleiding van de Hollandse vergezichten, waaraan ze erg moesten wennen, aan toe: “Nederland toont zich graag, het strekt zich in alle richtingen voor ons uit. Dat ontneemt ons elk verlangen nog een stap te zetten. Alles ligt al open. Zelfs de zee hebben ze weggepompt om bloot te leggen wat er onder schuil ging.” Hun verbazing over de aanpak van het Hollandse landschap ging verder: “Wanneer mensen de natuur naar hun hand zetten, trekken ze bij voorkeur rechte lijnen, alsof ze het werk van het leven zelf willen verwoesten. Het Hollandse land biedt geen troost. Grasland verbergt de waarheid niet.”
Prinses Sophie trouwt later met een prins van Saksen-Weimar en blijft corresponderen vanuit Weimar met Aquasi. Als hij eens ziek is, stuurt zij hem het toneelstuk ‘Mohammed’ van Voltaire met de opmerking dat de verrijking van de geest ook het lichaam kan sterken. De twee jongens schonken de prinses de volledige werken van Voltaire als verjaardagscadeau. Vanuit zijn eigen achtergrond filosofeert Aquasi nog over de ‘nobele wilde’, een gedachte die bij verlichte geesten in Europa in de negentiende eeuw veel opgeld deed. Relativerend wijst hij erop dat zelfs de oude Grieken, die door allen na hen werden benijd om hun natuurlijke eenvoud, ook het gevoel hadden het werkelijke archaïsche Arcadië mis te zijn gelopen. Het boek ‘Zaïre’ van Voltaire noemt hij “slechts het zoveelste werk in deze pastorale traditie van filosofen en utopisten, waarin christenen bij bosjes vallen voor de eenvoud van een natuurmens.”
In Aquasi’s stamland was het doden van slaven, veroordeelden en overwonnen krijgers een tamelijk gewone zaak. Als een vorst overleed, werden zijn vrouwen en slaven ook gedood.
Het concept van één mensheid kende men niet. Aquasi vertelt dat men in zijn vaderland slechts één volk kende, het eigen volk. In zijn vroege jaren zag hij de alledaagse executies “als het slachten van geiten. Daarover heb ik mij later diep en vaak geschaamd tot ik erachter kwam dat op datzelfde moment een mensenleven in Europa even weinig voorstelde. Alleen al voor de oorlogen van 1792 tot 1815 werden vijf en een half miljoen mensen opgeofferd, de door de strijd verspreide epidemieën niet meegerekend. Daarna stierven weer tweehonderdduizend zielen in de oorlog tussen Rusland en Turkije en nog eens zoveel in de Poolse opstand”.
Gezien deze ervaringen ziet hij het onderscheid tussen Afrika en Europa vervagen, maar op zielsniveau ziet hij wel grote verschillen: “Misschien is het vanwege de weidsheid van het landschap dat de Nederlanders naar binnen kijken. Bij elkaar en bij zichzelf. De scherven van hun hart verbergen ze echter in de kast en nimmer tonen ze zich in het hemd dat ze aan flarden scheurden van verdriet. Het leven van de Ashanti daarentegen speelt zich op straat af. Hun hut heeft geen ramen. Wanneer hun ziel hen benart, stormen ze naar buiten. Daar schamen ze zich niet hun emoties te uiten in de bescherming van het woud. Dit geeft Europeanen het idee dat Ashantijnen dicht bij hun natuur staan en dat zij handelen uit eenvoudige drijfveren. Ashantijnen houden hun gedachten echter in het duister. Liever storten zij zich in een diepte, dan dat ze hem peilen. De Hollander denkt dat hij zijn gevoelens toont, terwijl hij slechts zijn gedachten etaleert. De Ashantijn stelt zijn emoties tentoon, maar pijnigt zijn hersens in eenzaamheid. Beiden houden iets verborgen, de Hollander zijn hart, de Ashantijn zijn hersens.”
Niet lang nadat prinses Sophie naar Weimar was verhuisd en Aquame naar Afrika was teruggekeerd, is Aquasi naar Nederlands-Indië vertrokken om als mijnbouwkundige in Hollandse dienst te gaan werken. Ook hier heeft de Nederlandse regering hem nooit hogere verantwoordelijke functies willen geven. Aan het einde van zijn leven kwam hij erachter waarom: “Het principe van noblesse de peau, de verhevenheid van de blanke huid boven een andere, en van de morele en intellectuele superioriteit van het witte ras boven het bruine, waarop onze overheersing in Indië berust, zou een ernstige klap worden toegebracht, wanneer Aquasi zou worden aangesteld in een aan blanken voorbehouden functie .. “.
Japin’s boek geeft veel stof tot nadenken over de houdbaarheid van normen en waarden, over de macht en onmacht van de mens om zijn eigen leven te bepalen en over de diepere wortels waaraan een mens tracht te ontsnappen of juist naar terug wil.
Honderd jaar eenzaamheid
Ook in Marquez’ Honderd jaar eenzaamheid komen deze thema’s naar voren. De verhalen van dit boek zijn zo uitbundig, dat ze gewoon niet zijn na te vertellen. Het leven spat er van af. Elke situatie wordt overruled door een volgende, mensen veranderen van zachtaardig in boosaardig, van arm in rijk, van vrolijk in melancholiek, van revolutionair in contra-revolutionair, en als het uitkomt veranderen ze net andersom. Het verhaal zet je steeds op een ander been en je vraagt je af of relativeren nog mogelijk is of dat de wereld gewoon absurd in elkaar steekt.
De hier beschreven boeken zetten je aan het denken over de betekenis van het leven en de waarden die je aan het leven toekent. Ze maken je ook melancholisch omdat je beseft dat je het leven nooit helemaal kunt behappen en dat je blik beperkt blijft. Naar mate je ouder wordt zal je dat nog veel sterker voelen dan mensen met minder jaren.
Verder aanbevolen boeken:
Seneca, Levenskunst : Filosofische essays over leven en dood. Wijsheid. Inzicht. Inspiratie. Wie daarnaar op zoek is in de Romeinse literatuur komt snel uit bij de filosoof Seneca. Als geen andere antieke auteur richt Seneca zich op de belangrijkste vragen die mensen zich stellen. Hoe moet ik leven? Wat moet ik doen om gelukkig te worden? En hoe kan ik op een waardige manier sterven? In vijf wijsgerige essays gaat Seneca op zulke kwesties in. Zo bestrijdt hij de gangbare visie dat het leven ‘te kort’ is, en geeft hij adviezen om innerlijke rust en onafhankelijkheid te bereiken. Ook schrijft hij uitvoerig over de goede dood. (uitgever Atheneum – Polak & Van Gennep, vertaald door Vincent Hunink)
Ovidius, Metamorphosen : In prachtige stijl geschreven en poëtisch vertaalde mythologie van de oude Griekse en Romeinse goden- en heldenwereld, eindigend in een lofzang op de goddelijke keizer Augustus. Opvallend is Ovidius’ positieve beschrijving van Pythagoras’ pleidooi voor vegetarisch leven. Argumenten daarvoor komen o.a. van de reïncarnatie-filosofie. (uitgever Atheneum – Polak & Van Gennep, vertaald door M. d’Hane-Scheltema)
David van Reybrouck, Revolusi, Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld : Een uitgebreide, boeiend geschreven geschiedenis van het Indonesische eilandenrijk, van de VOC-tijd tot en met de fameuze Conferentie van ongebonden landen in Bandung, 1955. Tevens een goede samenvatting van boeken als Rudy Kousbroeks ‘Het Oostindisch kampsyndroom’, Ad van Liempts ‘Nederland valt aan: op weg naar oorlog met Indonesië 1945-1947’ en Rémy Limpachs ‘De brandende kampongs van Generaal Spoor’. (uitgever De Bezige Bij)
Frank Westerman, In het land van de ja-knikkers : NRC: Een gevarieerd beeld van Nederland in de afgelopen 25 jaar: eigen ervaringen (uit de jeugd) van Westerman in Drenthe, over Wageningen als studentenstad, maar ook over de ganzenexpert van Staatsbosbeheer op Texel schrijft hij met een vaart alsof die rot rot rot -ganzen zich gisteren hebben gemeld. De lezer beleeft bekende en minder bekende gebeurtenissen in Nederland opnieuw; van de opkomst van de olie-industrie tot de actualiteit van de Groningse aardbevingen, van de treinkapingen uit de jaren zeventig tot de daden van de Bende van Venlo. Een interessante verzameling vertellingen uit de polder.
Hendrik Groen, Pogingen iets van het leven te maken (het geheime dagboek van Hendrik Groen) en Hendrik Groen, Zolang er leven is (vervolg op Pogingen …. ) : Samen met zijn vriend Evert en de andere leden van de Oud-maar-niet-dood-club probeert Hendrik zijn laatste levensjaren in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord zo aangenaam mogelijk te maken. Van tijd tot tijd valt het Hendrik zwaar om de moed erin te houden. Met de hem zo kenmerkende charmante humor neemt hij de medebewoners, de directie, zijn vrienden en de ouderdom in het algemeen op de korrel, waarbij hij zichzelf zeker niet spaart. Boekenkrant: Actualiteit, humor en de zwaarte van het leven komen in perfecte balans aan de orde.
Jonas Jonasson, De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween : Zwart-komische Zweedse roman laat zich lezen als een roadtrip met Forrest Gump achter het stuur. Op de dag dat Allan 100 jaar wordt, is het feest in het bejaardentehuis en de wethouder komt ook taart eten. De jarige zelf heeft er geen zin in: dat kreng van een hoofdzuster Alice zal de brandewijn wel weer hebben verstopt. Hij klimt uit het raam en wandelt naar de dichtstbijzijnde bushalte waar hij op zijn eerste avontuur stuit: hij krijgt een koffer in handen met 50 miljoen kronen aan maffiageld. Het gemak waarmee hij dat fortuin in handen krijgt, is beeldend voor het gemak waarmee hij gedurende zijn hele leven in tal van 20ste-eeuwse omwentelingen een hoofdrol toebedeeld kreeg en de grote wereldleiders een handje hielp.
Slobodan Šnajder, De reparatie van de wereld :
Een meesterlijke historische roman over een Kroatische ‘volksduitser’ die worstelt met zijn identiteit met name tijdens de Tweede wereldoorlog en de periode daarna in Joegoslavië. Het boek bevat veel filosofische overdenkingen.
Enkele citaten uit het boek:
Geen enkele gedachte, ook niet de allerergste, kent hindernissen. Gedachten legitimeren zich niet, ze dringen door muren en reizen snel. (blz. 13)
De jeugd is altijd even lichtgelovig en laat zich niet vertellen wat juist is. (blz. 13)
De nieuwe, ijzeren ploegen waren beter dan die van hout, maar de stalen zwaarden waren ook scherper dan die van brons; de wedloop tussen ploeg en zwaard was voor de mens onfortuinlijk geëindigd. (blz. 17)
Welk verstandig mens onderneemt zo’n lange reis zonder te weten waar hij naar toe gaat? Het antwoord is: dat doen zo veel mensen. Ook vandaag de dag nog. (blz. 25)
Laten we de wereld aan de vrouwen overdragen, dat is het beste wat we kunnen doen. Voor onszelf en voor de wereld. (blz. 201)
’Hoop is alles wat er nog van het licht over is. Tijdens een kosmische catastrofe barstte het Vat van het Licht, wij spreken van Shevirat-ha-Kelim, en toen verspreidden zich miljarden en miljarden vonken.’
’De vonken bleven in de afzonderlijke menselijke wezens bewaard’, vervolgt collega Mordechai. ’Als de eeuwen verstrijken en alle eeuwige lichtjes zich weer tot het Ene en Enige Licht verenigen, zal de wereld worden gered. Wij noemen dat Tikkun olam, het herstel van de schepping, of de reparatie van de wereld. Wanneer dat gebeuren zal, weet niemand. Mozes was de de enige aan wie Jahweh zich direct openbaarde, dat was op de berg Sinaï. Al het andere kennen we slechts uit de tweede hand.’ (blz. 239)
’Uit twijfel ontstond de behoefte om God van Zijn verantwoordelijkheid voor de toestand in deze wereld te ontheffen. In het Oude Testament kun je een interessante passage vinden die op het bestaan van deze behoefte wijst en waarin een oplossing wordt geboden. In de passage wordt de twijfel – de Bijbel houdt van beeldspraak – vergeleken met de beet van een gifslang. God raadt Mozes aan een bronzen slang te maken en die op een voetstuk te plaatsen, zodat iedereen hem kan aanschouwen. En zo verlossen ze zich van het gif van de twijfel. God is echter afwezig. Hij heeft belangrijkere zaken te doen. Of juist helemaal niets, wat alleen Hem vergund is. …… Het afgodsbeeld kronkelt op zijn voetstuk tot hoog boven alle hoofden en wijst met zijn staart de weg. Elke twijfel is uit die hoofden verdwenen en ze zullen de staart van de Aanvoerder volgen. Dat is de symboliek achter het beeld van de bronzen slang.’ (blz. 241)
Woorden van Goethe: ’Vrijheid bestaat bij de gratie van de grenzen die we moeten respecteren.’ (blz. 385)
Ouder worden is in feite niet meer dan het geleidelijk opeenstapelen van onomkeerbare dingen. (blz. 422)
Ilja Leonard Pfeijffer – Alkibiades:
Een geschiedenis van de Griekse wereld tussen 450 en 400 voor Christus en heeft als hoofdthema de voor- en nadelen van de democratie in relatie tot oligarchieën en tirannieën. Ook nu een zeer actueel thema. Naast de hoofdrolspeler Alkibiades speelt Socrates een belangrijke rol en krijg je een inkijk in het leven in de stadstaat Athene en de andere culturen van Sparta en het Perzische rijk, 2500 jaar geleden.
Sommige beschrijvingen hadden beknopter kunnen zijn en je moet wel flink geïnteresseerd zijn in de klassieke Griekse oudheid om alles te begrijpen.
Enkele citaten:
– Als het staatsbestuur in handen is van het volk, beginnen zich facties te vormen, die hun aandacht en energie meer richten op de bestrijding van rivaliserende facties dan op het algemene belang. Voor je het weet, wordt de democratie door haar interne verdeeldheid dermate inefficiënt, autoreferentieel, onooglijk, incoherent en kortzichtig dat het volk zich van zijn eigen democratische instituties begint af te keren en de roep om een sterke leider steeds luider klinkt.
– Wantrouwend en verdeeld volk kan leiders afzetten en beleid saboteren, maar het kan geen staat besturen.
– Niet slaafse onderworpenheid aan de waarheid bewijst de vrijheid van de mens, maar zijn wonderlijke talent om de werkelijkheid naar believen te vervormen door te liegen.
– Wanneer het volk misnoegd is, neemt het geen genoegen met omstandigheden als verklaring voor de tegenslag die zijn ongenoegen heeft veroorzaakt. De democratie meent voorspoed als een vanzelfsprekendheid voor zichzelf te kunnen opeisen en vertoont de reflex om malheur te wijten aan de incompetentie of liever nog de kwade wil van vertegenwoordigers van de uitvoerende macht, die het zelf vol vertrouwen met verantwoordelijkheden heeft bekleed. In een systeem waarin de macht gespreid wordt, bestaat ampele gelegenheid om decepties aan anderen te wijten.
Interessante websites met veel uitgebreide recensies van goede literatuur zijn: